Maria de Buenos Aires

"Iedere nacht sterft de tango, samen met de hoeren en de pooiers, en heel Buenos Aires. Om de volgende dag weer glorieus te herrijzen, vol passie en levenslust, maar ook met angst en verdriet. De muziek roept duistere geesten op, de afgunst en ruzies van gaucho’s en porteno’s, het verlies van vrienden en geliefden, de confrontatie met dood en vergankelijkheid. Als Maria de tango danst, stort ze zich in het verderf. En sterft ze met hem.

Het is die donkere kant van de mens die me altijd mateloos gefascineerd heeft in de tango, de dood in al zijn hybride verschijningsvormen. Midden jaren ’60 was de tango viejo daadwerkelijk op sterven na dood. De hype was over, en maatwerk geworden. Tot de Uruguyaanse schrijver Horacio Ferrer orkestleider Astor Piazzolla ontmoette. Samen creëerden ze de eerste tango operita, een heuse opera op tangomuziek. Ferrer schreef een broeierig libretto, dramatische, surrealistische en soms zelfs ronduit wrede teksten, die diepe pijnen blootleggen. Piazzolla componeerde de indringende muziek, soms schijnbaar vrolijk en onbezorgd, maar in essentie altijd een droeve gedachte waar je op kan dansen, dansen met een traan. Ferrer en Piazzolla werden destijds verguisd en verafschuwd als de doodgravers van de tango, terwijl ze hem in al zijn doorwrochte schoonheid met verve lieten verrijzen.

In deze productie heb ik geprobeerd om de magie en de wanhoop van de tango zo scherp mogelijk te evoceren. In de verte weerklinkt nog de dango, het tromgeroffel van de Afrikaanse rouwprocessies die aan de wieg van de tango stonden, de vrouw die de man moet volgen, de zich steeds herhalende square dance. De wilde hoefslag van de paarden op de uitgestrekte pampa’s wordt gestileerd tot energieke danspassen. Alom waart de dood rond, gepersonifieerd in een mysterieuze, immer zwijgende acteur. De getergde volksziel zoekt een uitweg in psychiatrie en psychoanalyse, die hoogtij vieren in het Argentinië van de sixties. De symboliek van de voodoo, verdekt aanwezig in de cryptische, soms zelfs ronduit hermetische teksten, wekken wij tot leven in een zwarte mis.

De verteller is een waarachtige duende, een geest die het verhaal van Maria, en dus van de tango, op meesterlijke wijze manipuleert en vormgeeft. In een visionaire trance ziet hij zelfs de drie maskers van James Ensor verschijnen, uit ‘De dood en de maskers’, één van mijn favoriete schilderwerken en een toonbeeld van het Belgische surrealisme, van het symbolisme ook, beide net zo goed eigenschappen van de Argentijnse volksaard. Zo verwordt ook de lach van Maria tot een wanhopige grimas, de dood in al zijn verstijfde glorie. Alleen bij de stemmen uit het verleden vindt ze enige troost, in een bar in Buenos Aires, waar de tango iedere nacht een beetje sterft.

Het zijn al die herkenbare elementen en ingrediënten die me gedreven hebben om Tango Operita, het belangrijkste oeuvre dat het genre ooit heeft voortgebracht, te ensceneren. De tango is niet dood, en in Buenos Aires dartelen nog iedere nacht de straatmadelieven. Maar het leven biedt geen hoop, en het land staat op instorten. Vrienden kruisen de degens, familie’s sterven uit. De verrijzenis moet nakend zijn."

Rudolf Werthen

Decor

Een verrassende belevenis…in verschillende vormen

We roepen de sfeer op van een donkere bruine kroeg in de jaren twintig, badend in een verzengende hitte: de donkere tinten, afgebladderde muren, spiegels met aangetaste kwiklaag, verweerd meubilair en bruin gerookte plafonds, gevat in een ijzeren stelling, transporteren de bezoeker meteen in een andere wereld.

Twee elementen werkten als inspiratiebron voor de scenografie voor Maria de Buenos Aires.
Ten eerste is er het muzikale gegeven van Astor Piazzolla, namelijk het verweven van diverse vormen van Tango, Jazz en klassieke muziek met hier en daar een zweem “music hall”. Live muziek die perfect past in de dompige sfeer van Argentijnse cafés, waar de kroeggasten graag meedansen en -zingen, of stiekem gluren naar het passionele gebeuren.

Een tweede element is het “drama”. De verpersoonlijking van de passionele muziek, de tango, door die éne vrouw Maria, gemengd met de dramatische atmosfeer van de metropool Buenos Aires met haar drukke straten en armoedige achterbuurten.

De Bodega is een recent ontwikkeld multifunctioneel concept. De sfeer van het Zuiderse volkscafé uit de jaren ’20 wordt opgeroepen in een informeel kader Zodra je binnenkomt, waan je je in een echt rokerig café, verplaatst in sfeer, tijd en ruimte. Een geïntegreerde ‘hemelpoort’ geeft figuurlijke toegang tot de theatrale toepassing van dit decor.

Bij het ontwerp werd nauwlettend de bouwstijl van Zuid-Amerikaanse havencafés uit de jaren ’20 gerespecteerd, die terug te vinden was in Brazilië, Chili en Argentinië. Gezien deze authentieke exotische ambiance deels berust op uit Europa geïmporteerde elementen, kan mits enkele kleine ingrepen ook de atmosfeer van een Franse bar uit het einde van de 19e eeuw worden opgeroepen.

Maar de zintuiglijke indruk is niet beperkt tot het visueel-genieke. Het publiek neemt bij dit concept immers plaats rondom de scène en vormt er een geheel met wat zich er afspeelt; de afstand is letterlijk onbestaande. De interactie wordt aldus verlegd naar de omgeving, in plaats van de klassieke verhouding speler-toeschouwer. Dit is het unieke, intieme effect van deze “Bodega”, die maakt dat elke voorstelling steeds als een belevenis in het geheugen en de zinnen van de toeschouwers wordt ingeprent.

Theateropstelling

Bij deze theatertournee neemt het publiek op een traditionele manier plaats voor de scène.

Deze opzet – ook wel “the 3 walls concept” genoemd - is de gereduceerde versie van de Black box concept. Het laat toe de productiekosten naar beneden te halen zonder aan de artistieke waarde te raken.